Harmonie/harmonisatie

Letterlijk gezien is harmonie een combinatie van verschillende muzieknoten die gelijktijdig klinken. Harmonieleer is de beschrijving van de opeenvolging van harmonieën en hun samenhang.

Harmonieleer en contrapunt

Binnen de harmonieleer wordt over het algemeen 'verticaal' naar de harmonieën gekeken; de opeenvolging en samenhang van verschillende harmonieën die een akkoord vormen met de melodie. Het gaat hierbij om de samenklank in akkoorden of akkoordprogressies. Dit is dus een 'verticale' manier van benaderen.

Contrapunt is de naam voor de techniek waarbij 2 of meer zelfstandige stemmen gelijktijdig klinken. Je kijkt dus als het ware 'horizontaal' naar de samenklanken die ontstaan. De harmonie, het verticale aspect, komt namelijk voort uit het verloop van zelfstandige stemmen, het horizontale aspect.

Binnen de harmonieleer wordt contrapunt hierom vaak als apart onderdeel gezien.

Stemvoering

Met stemvoering bedoelen we het verloop van de afzonderlijke stemmen binnen een harmonisch geheel. Harmonieën bestaan uit verschillende stemmen en elke stem volgt zijn eigen 'route'. Dit zorgt voor een logisch klinkend samenspel en geeft muzikale richting aan opeenvolgende akkoorden/harmonieën. 

Functionele harmonie

Rond het jaar 1600 ontstond de monodie, een melodie met akkoordbegeleiding. Hiermee ontstond ook het harmonisch denken in akkoorden en hoe deze zich verhouden tot de grondtonen. Elk akkoord kreeg dus een functie. De drie belangrijkste harmonische functies leg ik hieronder aan je uit:

1. Tonica

De tonica is in dit geval een drieklank op de grondtoon, dus de eerste trap (I). De tonica geeft een gevoel van ontspanning.

2. Dominant

Een drieklank op de kwint, dus de vijfde trap (V), heeft de functie van dominant. De dominant geeft spanning en wil oplossen naar een andere trap, bijvoorbeeld de tonica.

3. Subdominant

Een drieklank op de kwart, dus de vierde trap (IV), noemen we subdominant. De subdominant 'stuurt' naar de vijfde trap, de dominant. De subdominant kan ook oplossen naar de tonica, maar dit komt minder vaak voor.

Een zeer gangbare opeenvolging van deze functies is subdominant-dominant-tonica (IV-V-I).

Belangrijk om te weten is dat dit functies zijn binnen de tonale muziek. Tonale muziek kenmerkt zich door het hebben van een toonsoort/tooncentrum. Het tegenovergestelde van tonale muziek is atonale muziek. Atonale muziek heeft geen tooncentrum. De harmonische functies die we net bespraken zijn dus van toepassing binnen de tonale muziek, daar is immers sprake van grondtonen en harmonieën die zich op een bepaalde manier daartoe verhouden. De opeenvolging van harmonieën noemen we akkoordprogressie.

Akkoordverbindingen/stemvoering

De verbindingen tussen trappen/harmonieën noemen we akkoordverbindingen. Wanneer we kijken naar het verloop van de afzonderlijke stemmen, noemen we dit stemvoering.

Er zijn een aantal regels/handvatten op het gebied van stemvoering, waarbij het de bedoeling is de middenstemmen zo weinig mogelijk te laten bewegen. Een aantal voorbeelden vindt je hieronder:

  • De leidtoon lost stijgend op

  • Een septiem lost dalend op

  • Grondliggingen: verdubbel de grondtoon

  • Sextliggingen: verdubbel de grondtoon of kwint

  • Kwart-sextliggingen: verdubbel de bastoon

  • Gemeenschappelijke noten blijven liggen

  • Tegenbeweging: 2 of meer middenstemmen bewegen in tegengestelde richting van de bas

  • Kwint- en octaafparallellen vermijden